De Bewoners & Anatomie
Hoe herkent u ze en hoe zit een bij eigenlijk in elkaar?
Een bijenvolk is een superorganisme. Dat betekent dat geen enkele bij alleen kan overleven; ze vormen samen één lichaam. In dit hoofdstuk richten we ons puur op de 'hardware' van dit organisme: wie zijn de bewoners, hoe onderscheidt u ze visueel van elkaar en welke wonderlijke gereedschappen hebben ze aan hun lijf?
1. De Drie Kasten: Herkenning
Voor een imker is het cruciaal om in één oogopslag te zien wie wie is op het raam. In het hoogseizoen gonst de kast van wel 50.000 bijen, verdeeld over drie specifieke 'kasten' met elk hun eigen, onmisbare taak.
De Koningin (De Moer)
Er is maar één koningin in een volk van tienduizenden bijen. Zij is de moeder van álle bijen in de kast en het absolute middelpunt van de kolonie. Zonder haar is het volk ten dode opgeschreven.
Haar leven en taken:
- Eitjes leggen: In het hoogseizoen legt ze tot wel 2.000 eitjes per dag. Dat is meer dan haar eigen lichaamsgewicht! Ze wordt hierbij constant gevoerd en gepoetst door een speciale groep werksters (de hofstaat).
- De Bruidsvlucht: Een jonge koningin vliegt slechts in haar eerste weken één keer uit om hoog in de lucht te paren met meerdere darren. Het sperma bewaart ze de rest van haar leven (soms wel 3 tot 5 jaar) in een speciale zaadblaas.
- Koninginnestof: Ze scheidt een sterk feromoon af. Dit vertelt het volk dat ze veilig is, voorkomt dat werksters eitjes gaan leggen en houdt de kolonie chemisch bij elkaar.
Hoe herkent u haar?
- Grootte & Vorm: Ze is de langste bij (ca. 2 cm). Haar achterlijf is opvallend uitgerekt en puntig, en steekt ver voorbij haar vleugels.
- Rugschild: Vaak heeft ze een kale, glimmende zwarte vlek op het borststuk, ontstaan doordat de hofstaat haar constant poetst en aanraakt.
- Gedrag: Ze beweegt vaak rustig en statig over de raat. Andere bijen stappen eerbiedig voor haar opzij, waardoor er een cirkel (bloemmotief) om haar heen ontstaat.
- De Angel: Ze hééft een angel, maar deze is glad (zonder weerhaken) en herbruikbaar. Ze gebruikt hem vrijwel nooit tegen imkers, maar uitsluitend om rivaliserende (andere) koninginnen in de kast te doden.
Bekijk video
De Werkster (Vrouwelijk)
De werksters maken zo'n 95% van het volk uit. Het zijn onvruchtbare vrouwtjes die de ware motor van de kolonie vormen. Ze danken hun naam aan het feit dat ze letterlijk werken tot ze erbij neervallen.
Haar leven en taken:
- Leeftijdsgebonden beroepen (Polyëthisme): Een werkster verandert in haar leven constant van beroep gebaseerd op haar leeftijd. Ze begint de eerste dagen als poetsbij (cellen schoonmaken), wordt dan voedsterbij (larven voeren), vervolgens bouwbij (raat zweten met wasklieren), daarna wachter (de vliegplank verdedigen) en eindigt haar leven als haalbij (nectar, water en stuifmeel verzamelen ver van huis).
- Levensduur: Een 'zomerbij' werkt zo extreem hard dat haar vleugels na ongeveer 6 weken versleten zijn en ze in het veld sterft. Een 'winterbij' (geboren na augustus) hoeft niet uit te vliegen en bouwt een speciaal vetlichaam op; hierdoor kan zij wel 6 maanden oud worden om de kolonie warm de winter door te loodsen.
Hoe herkent u haar?
- Grootte: Het is de kleinste bij in de kast met een kort, gestreept achterlijf. Haar vleugels bedekken het achterlijf bijna volledig als ze stilzit.
- Uitrusting: Ze is de ultieme Zwitserse zakmes van de natuur: perfect uitgerust met wasklieren op haar buik, een lange tong voor nectar, en stuifmeelkorfjes aan haar achterpoten waarin ze op de vlucht terug dikke, felgekleurde klompjes stuifmeel vervoert (haar "stuifmeelbroekjes").
- De Angel: De werkster heeft als enige een angel mét weerhaken. Als ze een zacht zoogdier (zoals een imker of muis) steekt, blijft de angel in de huid hangen. De bij rukt zich los en sterft. Dit is het ultieme offer om de kast te verdedigen.
De Dar (Mannelijk)
Darren zijn de mannetjesbijen. Ze zijn alleen in het voorjaar en de zomer aanwezig (soms enkele honderden tot wel duizend) en hebben maar één enkel, cruciaal levensdoel: het voortbestaan van de soort garanderen via paring.
Zijn leven en taken:
- De Paring: Darren verzamelen zich op specifieke "darrenverzamelplaatsen" hoog in de lucht, ver van de kast. Als er een jonge, onbevruchte koningin langsvliegt, racen ze erachteraan en proberen met haar te paren. De dar die succesvol paart, sterft direct daarna in de lucht.
- Lui leventje? Darren werken simpelweg niet. Ze halen geen nectar, ze bouwen geen raat en ze verdedigen de kast niet. Ze worden zelfs (deels) gevoerd door de werksters omdat hun eigen tong te kort is om diep in bloemen te reiken. Ze helpen wél passief mee om het broednest warm te houden door hun flinke lichaamswarmte af te geven.
- De Darrenslacht: Aan het eind van de zomer (vaak rond augustus), wanneer de bloemen schaarser worden en de paringstijd voorbij is, worden de darren een te dure last voor de winter. De werksters weigeren ze nog te voeden en jagen ze meedogenloos de kast uit om te verhongeren. Dit harde, maar noodzakelijke natuurverschijnsel heet de darrenslacht.
Hoe herkent u hem?
- Grootte & Vorm: Fors, breed en plomp. Hij lijkt een beetje op een vliegend, harig teddybeertje. Hij is groter dan een werkster, maar korter en dikker dan de koningin. Zijn achterlijf is erg stomp.
- Ogen: Dit is zijn meest opvallende kenmerk! Darren hebben gigantische facetogen die elkaar helemaal bovenop de kop raken (alsof hij een grote vliegeniersbril draagt). Dit heeft hij nodig om de snelle, kleine koningin in de uitgestrekte lucht te kunnen spotten.
- Geen angel: Een dar is volstrekt weerloos. Hij heeft simpelweg geen angel en kan dus onmogelijk steken. U kunt een dar daarom volkomen veilig oppakken en over uw hand laten lopen (wat altijd voor grote verbazing zorgt bij kinderen op bezoek!).
- Geluid: Tijdens het vliegen maakt de dar een zwaar, opvallend brommend geluid, alsof er een kleine helikopter langs uw oren vliegt.
Fysiologie
De Anatomie van een honingbij
De honingbij is geen zacht, vlezig wezen zoals wij, maar een gepantserde machine. Haar skelet zit aan de buitenkant: het exoskelet, gemaakt van chitine. Dit beschermt de zachte organen, voorkomt uitdroging en biedt aanhechtingspunten voor spieren. Het lichaam is verdeeld in drie segmenten (tagmata): de kop (zintuigen & inname), het borststuk (thorax, motoriek) en het achterlijf (abdomen, organen).
Net als andere insecten bestaat het lijf uit drie segmenten: Kop, Borststuk en Achterlijf. Elk deel zit vol ingenieuze gereedschappen.
Het Besturingscentrum (Caput)
Hier komen alle zintuiglijke prikkels binnen.
- 5 Ogen: Twee grote facetogen aan de zijkant voor beeld en beweging. En drie kleine puntogen (ocelli) bovenop de kop als lichtmeters voor navigatie.
- Voelsprieten (Antennes): De 'neus' van de bij. Hiermee ruiken ze bloemen, feromonen en meten ze in het donker de grootte van cellen.
- Rolton (Proboscis): Een uitschuifbaar rietje om nectar diep uit bloemen te zuigen.
- Kaken (Mandibels): Om was te kneden, de kast schoon te bikken en indringers te bijten.
Het Bijenzicht: Een verborgen wereld
Wat een bij ziet, is wezenlijk anders dan wat wij zien. Het kleurenspectrum van de bij is "opgeschoven" ten opzichte van het menselijke oog:
- Kleuren: Bijen zien groen, blauw en ultraviolet (UV).
- Roodblind: Bijen kunnen de kleur rood niet zien; dit lijkt voor hen donkergrijs of zwart. Roodgekleurde bloemen worden in de natuur dan ook vaak door vogels of vlinders bestoven in plaats van door bijen!
- Honinggidsen (UV): Veel bloemen (zoals paardenbloem of koolzaad) die voor de mens egaal geel of wit lijken, reflecteren UV-licht in speciale patronen of strepen. Deze patronen fungeren als verborgen "landingsbanen" (honinggidsen) die de bij razendsnel naar de nectar in het hart van de bloem wijzen.
- Bijenpaars: Een combinatie van geel en UV-licht creëert een voor ons onvoorstelbare kleur, 'bijenpaars', die voor bijen ontzettend aantrekkelijk is.
De Motor (Thorax)
Het borststuk is de uiterst compacte en krachtige motor van de bij. Het is een hard doosje dat bijna volledig is gevuld met gespierd weefsel en dient als het enige aanhechtingspunt voor de vleugels en poten.
- 4 Vleugels (Vliegen & Airconditioning): Een bij heeft niet twee, maar vier vleugels. Tijdens de vlucht haken de voor- en achtervleugels in elkaar vast met minuscule haakjes (hamuli) zodat ze als één groot, aerodynamisch oppervlak werken. Ze slaan maar liefst 200 tot 250 keer per seconde! Ze gebruiken hun vleugels overigens niet alleen om te vliegen, maar ook als ventilatoren om nectar in te dikken tot honing en om op hete dagen de kast te koelen (airconditioning).
- De Vliegspieren (De Verwarming): De gigantische spieren in het borststuk wekken enorm veel hitte op. In de koude wintermaanden ontkoppelt de bij haar vleugels van deze spieren en laat ze de spieren hevig trillen (zoals wij rillen van de kou). Met deze wrijvingswarmte fungeert de bij als een klein kacheltje, waardoor de wintertros en het broednest continu op een comfortabele 34,5°C gehouden worden!
- 6 Poten vol Gereedschap: De poten dienen niet alleen om te lopen.
- De voorpoten bevatten een kleine, behaarde inkeping: de antennepoetser. Hiermee trekt de bij haar voelsprieten schoon om optimaal te blijven ruiken.
- De middelste poten hebben een klein spoor om wasschilfertjes los te wippen.
- De achterpoten van de werkster zijn het spectaculairst: deze dragen de beroemde stuifmeelkorfjes, omgeven door stugge haren, waarin de bij het eiwitrijke stuifmeel vakkundig samenperst voor de vlucht naar huis.
De Chemische Fabriek (Abdomen)
Het achterlijf is het grootste, flexibele en gestreepte deel van de bij. Omdat de chitine-platen hier over elkaar heen schuiven, kan het achterlijf fors uitzetten als de bij veel voedsel heeft gedronken. Hier bevinden zich alle vitale, interne organen.
- Twee Magen (De Honingblaas): Een bij heeft feitelijk twee gescheiden magen. Voorin het achterlijf bevindt zich de honingblaas. Dit is een pure opslagtank, als een boodschappentas voor nectar en water. Tussen deze blaas en de échte, verterende maag zit een geniaal sluisje (het ventielklepje). Als de bij zelf energie nodig heeft, laat ze een drupje nectar door naar haar eigen maag. De rest bewaart ze zuiver om thuis weer uit te braken voor de honingproductie.
- Wasklieren: Aan de buikzijde van jonge werksters zitten acht piepkleine wasklieren. Door de consumptie van veel suiker (nectar), 'zweten' deze klieren letterlijk vloeibare was. Zodra dit de buitenlucht raakt, stolt het tot kraakheldere, witte wasschilfertjes: de bouwstenen van de raat.
- De Ademhaling (Stigmata): Bijen ademen niet door hun mond en hebben geen longen. Op de zijkanten van het borststuk en het achterlijf zitten hele kleine gaatjes, de ademopeningen (stigmata). Deze leiden naar een intern netwerk van luchtbuizen (tracheeën). U zult vaak zien dat het achterlijf van een rustende bij ritmisch in elkaar schuift en uitzet: ze is de verse lucht letterlijk naar binnen aan het pompen!
- De Angel & Het Alarm: Aan het uiteinde bevindt zich het verdedigingswapen. De angel van een werkster is voorzien van gemene weerhaken. Als zij een mens of dier met een taaie huid steekt, rukt de angel, samen met het kloppende gifblaasje én de geurklier, af. Het gif blijft pompen, maar de bij sterft. Terwijl dit gebeurt, komt er een sterke banaan-achtige geur (alarmferomoon) vrij, die direct tientallen andere bijen aanzet om datzelfde doelwit ook te steken.
Bekijk video
Sociale Anatomie & Communicatie
Omdat bijen niet zonder elkaar kunnen, is communicatie in de pikdonkere kast van levensbelang. Ze hebben een uiterst complexe taal ontwikkeld via dans, geur en geluid.
1. De Bijendans (Beweging)
Rondedans: Geeft aan: "Voedsel is heel dichtbij (binnen 50-100m)!" De haalbij rent in kleine cirkels om aan te geven dat anderen direct rond de kast moeten zoeken.
Kwispeldans (Waggle Dance): Voor voedsel verder weg. De hoek van de dans ten opzichte van de zwaartekracht (recht naar boven) vertelt de exacte vliegrichting ten opzichte van de stand van de zon. De snelheid en duur van het schudden ('kwispelen') vertelt de afstand. Een perfect ingebouwd GPS-systeem!
2. Feromonen (Geur)
Chemische signalen of 'parfums' (feromonen) sturen het overgrote deel van het volk aan:
- Koninginnestof: Wordt uitgescheiden door de koningin. Het zorgt voor een bindende rust en voorkomt fysiek dat werksters zelf eitjes gaan leggen.
- Alarmferomoon: Bij gevaar (zoals bij het openen van de kast door een imker of een wespenaanval) scheiden wachterbijen een geur af die sterk naar banaan ruikt. Het zet het hele volk per direct in de verdedigingsmodus!
- Nasonov-klier: Deze klier ruikt naar heerlijk verse citroengras. Bijen steken hun achterlijf omhoog en wapperen met hun vleugels ("stertselen") om deze geur als een waaier te verspreiden en zo verdwaalde bijen naar de ingang of een waterbron te roepen.
3. Trilling en Geluid
Communicatie gebeurt soms ook met puur geluid en trilling op de raat. Een beroemd voorbeeld is vlak voor de zwermtijd. Een pasgeboren koningin drukt zich tegen de raat en maakt een hoog, trillend geluid ("Tuten") om haar rivalen uit te dagen. Koninginnen die nog veilig opgesloten zitten in hun gesloten moerdoppen, antwoorden dof door de was heen ("Kwaken").