Hoofdstuk 5

De Standplaats

De kunst van het kiezen van de perfecte locatie voor uw bijenkasten.

Voordat u ook maar één bij aanschaft, is er een cruciale beslissing te nemen: waar gaan ze wonen? Bijen verplaatst u namelijk niet zomaar. Ze navigeren feilloos op een vast GPS-coördinaat. Als u de kast na een paar weken stiekem 5 meter opschuift, vliegen uw bijen gegarandeerd terug naar de oude, lege plek om daar te sterven. De keuze van de standplaats bepaalt het succes van uw imkerij: een goede locatie zorgt voor een bloeiend volk, bergen honing en blije buren. Een slechte plek leidt tot ziektes, agressie en burenruzies.

De Drie Gouden Regels voor de Bij

Klimaat
Bijenstal in de zon

Zon en Wind: De Thermostaat

Een bijenkast is in feite een grote, biologische zonneboiler. Bijen zijn koudbloedig en hebben omgevingswarmte nodig. Pas als de buitentemperatuur of de kast boven de 10°C à 12°C uitkomt, kunnen de spieren opwarmen en kunnen ze vliegen.

De ideale oriëntatie: Richt de vliegopening idealiter op het zuidoosten of zuiden. Hierdoor vangt de vliegplank de allereerste, warme ochtendstralen. Dit wekt de haalbijen vroegtijdig, ruimt ochtenddauw rond de kast op, en verlengt de haal-dag van het volk met uren.

  • Let op de middagzon: Zorg ervoor dat de kast op het heetst van de zomerdag (tussen 13:00 en 16:00) deels in de schaduw staat van een boomlaag. Staat een kast in de volle, brandende zon, dan smelten de wasraten van de toplatten af en verbruikt het volk al haar energie en water om de kast te koelen. Ze vormen dan enorme "bijenbaarden" aan de buitenkant.
  • Vocht is de sluipmoordenaar: Plaats een kast nóóit direct op de grond! Optrekkend vocht en kou zorgen voor schimmel op de raten en koudbroed. Zet kasten altijd op een verhoging (een bok of een paar pallets) van minimaal 30 tot 50 centimeter hoog.
  • Wind: Bijen die met zware tassen stuifmeel thuiskomen, crashen hopeloos als het waait. Zorg voor een plek met luwte, beschermd door een natuurlijke windhaag (struiken) of rietmat.
Voedsel
Bijenstal op een bloem

De Supermarkt om de Hoek

Een mooi huis in de zon is nutteloos zonder een volle koelkast. Bijen vliegen efficiënt in een actieradius van maximaal 3 kilometer rondom hun kast (een 'drachtgebied' van bijna 30 vierkante kilometer!). Echter, hoe dichterbij het voedsel staat (< 1 km), hoe minder energie de vlucht kost en hoe meer nectar er daadwerkelijk in de kast overblijft.

Kijk zeer kritisch naar de beoogde locatie. Is er een aaneengesloten aanbod van bloemen (dracht) gedurende het hele seizoen?

  • Lente (Opstart): Krokus, Hazelaar, Sneeuwklokje, Paardenbloem en de Wilg (absoluut cruciaal voor het eerste eiwit!).
  • Zomer (Hoofddracht): Linde, Tamme Kastanje, Braam, Klaver en Vuilboom leveren de massale stroom nectar.
  • Najaar (Winterklaar): Klimop en Herfstaster zijn de redders in nood om de winterbijen vet te mesten.

Stad vs. Platteland

Veel mensen denken ten onrechte dat een bijenkast midden in een landelijk, agrarisch weiland de beste plek is. In de realiteit zijn dit vaak 'groene woestijnen': monoculturen van Engels raaigras of maïs waar geen bloem te bekennen is, of velden die hevig met pesticiden bespoten worden. Een doodnormale buitenwijk met wilde tuintjes, gemeenteperkjes, lindenbomen, balkons en een lokaal park, biedt vaak een véél rijker en biodiverser buffet voor uw bijen!

De Menselijke Factor

Buren
Schutting en vliegroute

Goede Buren Houden

De meeste buren vinden het houden van bijen fascinerend, totdat ze er zelf hinder van ondervinden. Het is úw verantwoordelijkheid om de overlast tot nul te reduceren. Bijen vliegen in een rechte, doelgerichte lijn vanaf hun vliegplank (de aanvliegroute). Als deze drukke snelweg dwars over het terras of de tuintafel van de buren loopt, creëert u gegarandeerd een conflict.

  • De Gouden Tip (De Afscheiding): Plaats altijd een schutting, strakke heg of rietmat van ongeveer 2 meter hoog op een paar meter afstand vóór de vliegopening. Dit dwingt de bijen om direct na het opstijgen steil omhoog te vliegen. Eenmaal op 2 meter hoogte scheren ze ver boven de hoofden van de mensen weg.
  • De Reinigingsvlucht: In het vroege voorjaar (februari/maart), op de eerste warme dag, vliegen de bijen massaal uit om zich te ontlasten na maanden van binnen zitten. Ze produceren dan gele/bruine spetters. Plaats uw kast nóóit pal naast de plek waar de buren traditioneel hun witte was buiten hangen, of waar hun pasgewassen auto staat!
  • De Eigen Kroeg: Bijen halen per dag liters water. Ze prefereren vuil, mineraalrijk water (mos) boven schoon kraanwater. Als u geen aantrekkelijke waterbak met drijvers (kurken/mos) bij de kast plaatst, zullen de bijen massaal het zwembadje of de chique vijver van de buren in beslag nemen.
Regels
APV en Regels

Mag het wel zomaar?

In Nederland (en België) mag u in de basis op uw eigen terrein bijen houden. Er is geen verplichte landelijke vergunning voor het plaatsen van een kast, maar u moet zich wel strikt houden aan lokale regelgeving, specifiek de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) van uw eigen gemeente.

De 30-meter regel: In vrijwel elke APV staat het zogenaamde "Bijenbesluit". Hierin is opgenomen dat bijenkasten minimaal 30 meter verwijderd moeten zijn van de openbare weg en van woningen van derden. Let op: Deze regel vervalt bijna altijd als er tussen de kasten en de weg/woningen een dichte afscheiding (schutting, dichte haag of muur) van minimaal 2 meter hoog staat! Dan mag u ze vaak dichterbij plaatsen.

Verzekering en Voorlichting

Volgens het Burgerlijk Wetboek bent u als eigenaar (bezitter) aansprakelijk voor de schade die uw dieren aanrichten. Word altijd lid van de NBV (Nederlandse Bijenhoudersvereniging); via dit lidmaatschap bent u veelal collectief WA-verzekerd voor uw bijen. Tip: Deel uw plannen vooraf met de buren, nodig ze uit bij de kast als het zover is, en verras ze met het eerste potje honing. Dat doet wonderen voor de acceptatie!

Gemak
Tillen van zware honingkamers

Ergonomie: Denk aan uw rug!

Imkeren klinkt romantisch, maar is in de zomer pure topsport. De kasten zitten stampvol honing en was. U zult wekelijks zware houten kisten moeten inspecteren, tillen en stapelen. Een volle honingkamer (10 ramen) weegt moeiteloos 20 tot 25 kilo. Een volle broedkamer gaat richting de 35 kilo.

  • De Looproute: Kies een plek waar u niet met gestrekte armen een loodzware kast over een glibberig, ongelijk modderpad van 40 meter hoeft te tillen. Zorg ervoor dat de locatie makkelijk toegankelijk is met een kruiwagen of steekkar, bij voorkeur over een verhard pad, liefst niet te ver van uw oprit of auto.
  • Werkhoogte: Een kast direct op de grond plaatsen is een aanslag op uw onderrug. Timmer of metsel een stevige, uiterst waterpas staande bijenbok op een hoogte van zo'n 40 centimeter. Hierdoor werkt u tijdens de wekelijkse controles rechtop en ergonomisch.
  • Sta NOOIT voor de kast: Dit is een gouden beginnersregel. Een imker werkt áltijd aan de achterkant of zijkant van de kast. Als u voor de vliegopening gaat staan, blokkeert u de aanvliegroute van duizenden thuiskomende haalbijen. Zij raken in paniek, clusteren om u heen en worden uiterst agressief. Zorg dus dat er minimaal één meter werkruimte en loopruimte achter de kast is vrijgehouden!
  • Afzetruimte: Tijdens een inspectie pelt u de kast als een ui af. U moet het dak, de honingkamer en soms een broedkamer ergens veilig neer kunnen zetten zonder bijen te pletten. Zorg voor een opgeruimde plek (of een omgekeerd dak) direct naast u om zwaar materiaal even te parkeren.
Naar Hoofdstuk 6: Uitrusting
Bzz